Hulpverlener aan het woord: Eva Verween

Therapeut Eva Verween biedt in België al jaren begeleiding en therapie bij intrafamiliaal geweld, complex ouderschap na scheiding en ouderonthechting. Zij maakte kennis met de Parallel Solo Ouderschap aanpak (PSO-aanpak) van binnenuit door zélf een traject te volgen. In de afgelopen jaren begeleidde zij zelf vele ouders na scheiding: “Parallel Solo Ouderschap installeert geen veiligheid en hoort niet ingezet te worden als substituut voor risicotaxatie, veiligheidsplanning of juridische begrenzing. Als je dat wel doet, maak je de methode onzuiver en leg je verantwoordelijkheid bij de ouder die al onder druk staat”.

Wat was jouw eerste kennismaking als hulpverlener met Parallel Solo Ouderschap?

“Mijn eerste kennismaking was eigenlijk niet als hulpverlener, maar als ouder. Ik heb de methodiek eerst zelf toegepast in mijn eigen gezin en ken Parallel Solo Ouderschap dus niet alleen vanuit opleidingen maar ook van binnenuit.”

“Dat doorleefde maakt een verschil. Ik merk het in de manier waarop ik dingen overbreng, omdat ik vanuit eigen ervaring weet hoe het voelt om ermee aan de slag te gaan, waar het schuurt en waar het begint te werken. Ik hoor geregeld terug dat ouders het fijn vinden dat ik zelf toepas wat ik hen aanleer. Dat schept vertrouwen.”

“Gaandeweg slopen de Parallel Solo Ouderschap handvatten vanzelf binnen in mijn begeleidingen bij scheiding, moeizaam co-ouderschap, dreigend contactverlies en contactbreuk. Eerst als aanvulling op wat ik al deed, later steeds meer als rode draad.”

“Op een bepaald moment werd het een logische stap om ook op zichzelf staande Parallel Solo Ouderschap-trajecten aan te bieden. Het is dus heel organisch gegroeid, vanuit de praktijk en vanuit wat ik zag dat werkte.”

 

Wat sprak je vanaf het begin aan?

“Hoe mensen de regie terugkrijgen. Over hun eigen keuzes, in hun eigen hoofd. Veel ouders in een moeizaam co-ouderschap zitten vast in een patroon waarin de andere ouder het permanente referentiepunt is. Bij elke beslissing denken ze eerst: ‘Wat gaat die doen? Wat wordt de tegenreactie?’ Dat is uitputtend en het houdt de andere ouder voortdurend mentaal aanwezig in een huishouden waar die fysiek niet meer is.”

“Parallel Solo Ouderschap doorbreekt dat. Door de focus te verleggen naar het kind en wat dat nodig heeft van jou als ouder, ontstaat er innerlijke rust. De relatie met het kind krijgt een extra diepe laag en daardoor groeit ook het vertrouwen in het eigen ouderschap.”

“Ouders zeggen dan dingen als: ‘Ongeacht wat de andere ouder beweert, ik zie aan mijn kind dat het hier goed loopt.’ Die verschuiving, van reactief overleven naar bewust opvoeden in het eigen huis, dat is voor mij de kern van wat Parallel Solo Ouderschap zo krachtig maakt.”

 

Waar had je je vraagtekens bij?

“Heel eerlijk? Of Parallel Solo Ouderschap zou volstaan in situaties waar dwingende controle aanwezig blijft na de scheiding. Dat is een terechte vraag en ik heb het antwoord echt moeten ondervinden in de praktijk. Ik werk nu eenmaal in contexten van intrafamiliaal geweld en wat ik heb geleerd, is dat zelfs in die contexten de methodiek waardevol kan zijn voor de begeleide ouder.”

“Door met Parallel Solo Ouderschap aan de slag te gaan wordt de andere ouder of toch diens voortdurende mentale aanwezigheid en grip op het dagelijkse leven, kleiner en kleiner. De begeleide ouder leert opnieuw vanuit zichzelf en de eigen waarden en normen te denken en handelen in plaats vanuit angst of anticipatie en om steviger te staan in het eigen ouderschap. Dat alleen al maakt een wereld van verschil.”

“En waar Parallel Solo Ouderschap niet enkel volstaat, houdt het niet op. Als begeleider kan ik ouders ook steunen, sturen en stimuleren om stappen te zetten buiten het Parallel Solo Ouderschap-kader, voor noden die de PSO-aanpak zelf niet afdekt. De ouder kan in een veilig kader reflecteren over wat extra nodig is, zoals juridische stappen of veiligheidsplanning. De PSO-aanpak is geen alles-of-niets-verhaal. Het is een stevig fundament waarop je verder kunt bouwen als de situatie dat vraagt.”

 

Welke interventie in de methodiek is inmiddels onmisbaar geworden voor jou als hulpverlener?

“Eigenlijk zijn het er drie en ze vormen samen wat ik mijn ‘PSO-mantra’ noem. De eerste is de lastenlijst. Die gebruik ik niet alleen met cliënten maar ook voor mezelf in supervisie. Het is een instrument dat klaarheid brengt in wie er nu eigenlijk echt ergens last van heeft. Heeft het kind hier last van of is het toch eerder de ouder? Dat onderscheid klinkt simpel, maar het is verrassend vaak de sleutel om uit een vastgelopen dynamiek te komen.”

“De tweede is het kameleongedrag van kinderen. Zodra ouders begrijpen waarom hun kind zich bij de ene ouder anders gedraagt dan bij de andere, valt er enorm veel spanning weg. Het ontschuldigt het kind en geeft ouders handvatten om er anders mee om te gaan.”

“De derde is het opvoedkrukje: ‘steunen, sturen, stimuleren’. Drie poten die in balans moeten zijn. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het een kompas waar ouders telkens op kunnen terugvallen.”

“Deze drie interventies zijn niet alleen waardevol binnen Parallel Solo Ouderschap-trajecten. Ze sluipen mee in vrijwel al mijn begeleidingen bij scheiding en ouderschap, omdat ze zo universeel toepasbaar zijn.”

Wat is voor jou de kracht van Parallel Solo Ouderschap?

“De kracht van Parallel Solo Ouderschap is dat het ouders uit het gevoel van machteloosheid haalt. In situaties waar samenwerking niet haalbaar of niet veilig is, hebben ouders de indruk dat ze vaak enkel kunnen wachten op wat de andere ouder doet, kiest bepaalt en dat zij moeten volgen.”

“Parallel Solo Ouderschap doorbreekt dat. Je werkt niet aan herstel van de ouderrelatie, je werkt aan voorspelbaar, kindgericht en gereguleerd ouderschap in je eigen context.
Dat geeft ouders opnieuw een interne locus of control, zonder afhankelijk te blijven van instemming of grillen van de andere ouder. Dat is goed voor het kind, maar ook helpend voor een ouder die ook geraakt is door de scheiding en de dingen die in die context zijn gebeurd.”

“Een tweede kracht is dat de PSO-aanpak het gesprek wegtrekt van morele etiketten. Niet: wie is de goede of slechte ouder? Maar: welk patroon ontstaat er na elke prikkel? Welk antwoord lokt het uit, wat is de impact op het kind en wat kan ik doen om escalatie te dempen. Kijkend naar welke patronen zich telkens herhalen maakt gedragsverandering mogelijk zonder dat iemand eerst schuld moet bekennen of gelijk moet krijgen.”

“In de praktijk zie ik dat prikkelreductie, minimale communicatie en kindfocus vaak de eerste echte rust brengen. Niet omdat het conflict oplost, maar omdat het conflict minder vaak rond het kind ontbrandt.”

 

Je werkt ook met casussen waarin dwingende controle speelt. Hoe omschrijf je dwingende controle?

“Dwingende controle omschrijf ik als een patroon van herhaald gedrag dat autonomie en beslissingsruimte structureel ondermijnt. Het is niet één incident. Het is een cumulatief patroon van druk, dreiging en consequenties wanneer ongeschreven regels worden overtreden. Daardoor gaat iemand zich aanpassen, vermijden, zichzelf censureren en voortdurend anticiperen.”

“Het effect is vaak psychisch en relationeel: onzekerheid, hyperalertheid, uitputting en verlies van regie en energie. Belangrijk om te weten is dat dwingende controle niet altijd ‘luid en duidelijk’ is en vaak schuilgaat in het alledaagse: heel subtiel, onder de maatschappelijke radar. Het kan gaan over onmiddellijke beschikbaarheid eisen, grenzen systematisch testen of dreiging subtiel verpakken in zogenaamd praktische communicatie.”

“Na de scheiding krijgt het vaak een nieuwe vorm, omdat de controle verschuift naar wat nog wél gecontroleerd kan worden. Dat zijn bijvoorbeeld communicatie, procedures, wissels, school en de kinderen zelf als hefboom. Ik zie dan ook hoe snel dit verkeerd gelabeld wordt als ‘conflictscheiding’ of ‘twee ouders die niet kunnen communiceren’. Juist daar is terminologische helderheid essentieel, omdat een verkeerde term een symmetrisch verhaal kan maken van een asymmetrische realiteit.”

“De Belgische femicidewet definieert dwingende controle expliciet als herhaalde dwingende of controlerende gedragingen met psychische schade. Die wettelijke taal helpt om het patroon te benoemen zonder te psychologiseren of te moraliseren.”

“Het is een machtsdynamiek die zich uit in het organiseren en bepalen van het leven van de ander. Dat kan gaan van isolatie en reputatieschade tot financiële controle, monitoring, dreiging, microregulatie en permanente onzekerheid.”

“In de dagelijkse praktijk zie je bijvoorbeeld eisen rond beschikbaarheid of het steeds opnieuw verleggen van spelregels. Of ‘praktische’ voorstellen die telkens opnieuw tot escalatie leiden, precies omdat ze ontworpen zijn om druk te zetten. De kern zit niet in het onderwerp, maar in het effect: iemand wordt kleiner in keuzevrijheid en bestaansruimte.”

“Na scheiding zie ik het vaak als ‘post-separation abuse’, ‘paper abuse’, ook beschreven als ‘legal abuse’ of ‘systems abuse’. Dat betekent: overspoelen met berichten, klachten, procedures, betwistingen op details en het afdwingen van overlegmomenten.”

“Elk nieuw kanaal wordt dan een opportuniteit om controle te herinstalleren of om de ander in bewijsnood te duwen. Het doel is dan niet afstemming rond het kind en de noden van het kind, het doel is dominantie over het narratief en de spelregels. Dat is ook waarom klassieke reflexen zoals ‘ga samen in gesprek’ in deze situaties soms niet werkbaar zijn. Zeker wanneer vrees of dwingende controle aanwezig is, kan gezamenlijk overleg de druk juist verhogen.”

“Internationale richtlijnen over partnergeweld en veilige hulpverlening waarschuwen expliciet om het type geweld of controle mee te nemen in de interventiekeuze.”

 

Wat zijn misverstanden rondom dwingende controle?

“Dwingende controle is niet hetzelfde als twee ouders die veel ruzie maken of elkaar wederzijds triggeren. Een van de hardnekkigste misverstanden is symmetrie, het idee dat ‘waar twee vechten, twee schuld’ automatisch klopt.”

“In dwingende controle is er een structurele asymmetrie in macht, angst en consequenties. De reactie van een slachtoffer, zoals: felheid, paniek, terugtrekken of blokkeren, is dan vaak een stressrespons op chronische druk. Dat kan er voor buitenstaanders uitzien als ‘hoog conflict’, terwijl de onderliggende logica niet die van symmetrisch conflict is.”

“Een tweede misverstand is dat begrenzing of beschermend ouderschap gelijkgesteld wordt aan controle. Ouders kunnen contact of informatie beperken vanuit reële veiligheidszorgen, op een proportionele, uitlegbare en bijstelbare manier. Dat is wezenlijk anders dan iemands autonomie systematisch verkleinen en bestraffen wanneer iemand niet gehoorzaamt.”

“Wanneer professionals dat onderscheid niet scherp maken, ontstaat conceptuele ruis: wordt de situatie goed geduid? Die ruis voedt escalatie, omdat het machtsonevenwicht onbedoeld wordt genormaliseerd. Daarom is differentiaalanalyse geen luxe, maar een veiligheidsvoorwaarde. De Belgische definities helpen om controlerend gedrag te beschrijven zonder het te herleiden tot ‘communicatiestijl’.”

 

Er wordt weleens gezegd dat dwingende controle en Parallel Solo Ouderschap niet samengaan. Hoe kijk jij hiernaar?

“Die uitspraak begrijp ik vanuit het perspectief dat Parallel Solo Ouderschap geen veiligheidsmaatregel is en geen oplossing voor geweld. Parallel Solo Ouderschap installeert geen veiligheid en hoort niet ingezet te worden als substituut voor risicotaxatie, veiligheidsplanning of juridische begrenzing.”

“Als je dat wel doet, maak je de methode onzuiver en leg je verantwoordelijkheid bij de ouder die al onder druk staat. Dat kan zelfs hertraumatiserend zijn, omdat het suggereert dat ‘beter communiceren’ het kernprobleem is.”

“Tegelijk is het absolutisme ‘Parallel Solo Ouderschap kan nooit’ evenmin correct. Wanneer veiligheid voldoende is gekaderd en de aard van de complexiteit helder is via diagnosestelling buiten Parallel Solo Ouderschap, kan deze vorm van individuele ouderbegeleiding wél zinvol zijn. Dan werkt Parallel Solo Ouderschap als individueel begeleidingskader dat focust op het beïnvloedbare: eigen regulatie, eigen keuzes, eigen ouderrol.”

“Het kan helpen om prikkels te reduceren en communicatie zo in te richten dat controlehaakjes minder grip krijgen. En het helpt vooral om het ouderschap in de eigen context stabiel te houden, zonder in reactief ouderschap te blijven hangen. De centrale vraag is dus niet ‘kan Parallel Solo Ouderschap wel of niet’, maar ‘is de context veilig en zuiver genoeg voor dit mandaat? Is de context veilig genoeg om enkel deze interventie in te zetten of is er meer nodig?’ De begeleiding is altijd nuttig maar niet altijd voldoende.”

 

Wat zijn randvoorwaarden om de PSO-aanpak toe te kunnen passen in deze casussen?

“Voor mij zijn randvoorwaarden in deze context altijd dubbel: inhoudelijk en methodisch.
Inhoudelijk start het met veiligheid en uitzoeken wat er écht speelt: is dit symmetrisch hoog conflict of is dit geweld? En zo ja in welke vorm? Als dat niet helder is, is het onverantwoord om welke begeleidingsvorm dan ook in te zetten. Screening vooraf is daarom altijd van groot belang, eventueel in samenwerking met ketenpartners.”

“Methodisch vraagt de aanwezigheid van dwingende controle dat Parallel Solo Ouderschap nog strakker gecontracteerd wordt als één-ouder begeleiding in een welzijnskader zonder waarheidsvinding, zonder uitspraken over verblijf of gezag en zonder oordelen over ‘wat de andere ouder doet’.”

“In de toepassing betekent dit vaak: minimale communicatie met duidelijke afbakening en één begrensd kanaal. Afspraken over reactietermijnen, zodat de ander geen permanente beschikbaarheid kan afdwingen. Het vermijden van face-to-face overleg als dat een controlehefboom is en kiezen voor toetsbare, prikkelarme communicatie. En altijd: de focus op het kind houden.”

“In sommige dossiers is externe buffering – bijvoorbeeld in de vorm van een tussenpersoon – nodig, bijvoorbeeld rond overdrachten, zodat Parallel Solo Ouderschap geen extra speelruimte creëert. Zo blijft Parallel Solo Ouderschap bij wat het is: individuele ouderbegeleiding met de drie welzijnsdoelen.”

Bij IPSO+ stellen wij: ‘Parallel Solo Ouderschap installeert geen veiligheid in situaties van onveiligheid’. Wat zeg jij als er sprake is van onveiligheid binnen een scheidingscontext?

“Ik zeg hetzelfde en ik zeg het expliciet, ook omdat dit ouders vaak geruststelt. Als er sprake is van onveiligheid, dan is er een interventie nodig om veiligheid te installeren of minstens te verhogen. Dat ligt buiten het mandaat van Parallel Solo Ouderschap en dat moet je helder houden. Anders krijgen ouders het gevoel dat zij ‘het maar beter moeten aanpakken’ terwijl het probleem een veiligheidsprobleem is.”

“Ik benoem dan ook het onderscheid tussen begeleiding en bescherming en ik normaliseer dat die sporen parallel kunnen lopen. Parallel Solo Ouderschap kan juist passend zijn, precies omdat Parallel Solo Ouderschap zich richt op het beïnvloedbare. Als de omgeving veiliger wordt ingericht, kan het helpen om niet voortdurend ‘in alarm’ te leven.”

“Het helpt ouders om onderscheid te maken tussen noodzaak en voeding voor escalatie.
En het ondersteunt het opzetten van routines die het kind voorspelbaarheid geven, ook als de buitenwereld onvoorspelbaar blijft. Parallel Solo Ouderschap is dan geen eindpunt, maar een fundament voor gezond ouderschap dat men kan volhouden.”

“WHO-richtlijnen benadrukken dat de respons op partnergeweld ook gaat over veilige, passende ondersteuning, niet enkel over één techniek. In die geest zie ik Parallel Solo Ouderschap als aansluitend welzijnskader binnen bredere veiligheidskadering.”

 

Wat is een nadeel van Parallel Solo Ouderschap in deze verhalen?

“Het grootste nadeel ontstaat wanneer Parallel Solo Ouderschap onzuiver wordt toegepast of verkeerd wordt begrepen. Als Parallel Solo Ouderschap wordt neergezet als ‘bemiddelingsmodel tussen ouders’ of ‘laatste redmiddel voor zware gevallen’, creëer je verkeerde verwachtingen.”

“Zeker het idee dat Parallel Solo Ouderschap de andere ouder zal veranderen, leidt bijna gegarandeerd tot teleurstelling en frustratie. In dossiers met dwingende controle kan dat zelfs schadelijk zijn, omdat het valse symmetrie legitimeert. De focus verschuift dan naar het gedrag van de getroffen ouder, terwijl het machtsmechanisme buiten beeld blijft.”

“Een tweede nadeel is dat één-ouder begeleiding altijd beperkt zicht heeft op het geheel en dat is inherent aan het mandaat. Dat is geen probleem zolang iedereen dat respecteert en Parallel Solo Ouderschap niet misbruikt als bewijsinstrument, maar het wordt wél een probleem als hulpverlening, advocatuur of de Rechtbank Parallel Solo Ouderschap gaat inzetten voor waarheidsvinding.”

“Dan wordt de begeleider in een rol geduwd die methodisch en ethisch niet past. En dat ondermijnt vertrouwen, niet alleen in de begeleider, maar vaak in hulpverlening in het algemeen en in de methodiek van Parallel Solo Ouderschap. Daarom blijf ik hameren op heldere en transparante doelstellingen en een duidelijke beschrijving van je mandaat. Wat doen we hier wel en wat doen we hier niet?”

 

Wat wil jij professionals in scheidingshulpverlening meegeven over dwingende controle?

“Mijn belangrijkste boodschap is: investeer in differentiaalanalyse en begrip van de context vóór je een interventie kiest. Woorden sturen verwachtingen en verwachtingen sturen gedrag, zeker in dossiers waar de spanning al hoog is.”

” De term ‘Conflictscheiding’ suggereert symmetrie, ‘co-ouderschap’ suggereert samenwerking en dat kan professioneel handelen onbedoeld sturen. In dossiers met dwingende controle kan dat leiden tot onveilige keuzes, zoals ondoordachte gezamenlijke gesprekken of bemiddeling zonder veiligheidskader.”

“Het Canadese VEGA-project (Violence, Evidence, Guidance, and Action), met evidence-based richtlijnen over partnergeweld, waarschuwt expliciet dat het type geweld – conflict versus dwingende controle – bepalend is bij interventies met beide partners. Ik vraag professionals daarom om het patroon en het effect centraal te zetten: waar wordt autonomie kleiner en wat zijn de consequenties van ‘nee’? Wie is bang voor wie, wie past zich structureel aan en wat gebeurt er wanneer iemand grenzen stelt? Wie doet wat naar wie?”

“Kijk naar daden en patronen in plaats van naar losse incidenten en kijk ook naar cumulatie over tijd. Als je dat scherp krijgt, kan je methodisch correct kiezen: veiligheid en begrenzing waar nodig, naast individuele begeleiding rond ouderschap, communicatie en kindfocus, in een mandaat dat klopt met de situatie. Zo vermijd je dat je vooral symptomen behandelt, terwijl de oorzaak ongemoeid blijft. En je voorkomt dat hulpverlening onbedoeld deel wordt van het controlemechanisme.”

 

Toen ik je eerder sprak had je het over handelingsverlegenheid, waarin zie je die en bij wie?

“Ik zie handelingsverlegenheid bij professionals die in contexten met intrafamiliaal geweld blijven hangen in neutraliteit. Neutraliteit zonder patroonanalyse kan uitmonden in vals evenwicht, met de reflex dat beide ouders ‘evenveel’ moeten veranderen.”

“Dat is verleidelijk, omdat het overzichtelijk lijkt, maar het doet geen recht aan asymmetrie in macht, vrees en consequenties. Het kan de getroffen ouder extra isoleren of ontmoedigen en het kan ook het kindperspectief vertroebelen.”

“Dwingende controle is vaak niet meteen zichtbaar in één incident, het zit in frequentie, toon, context en cumulatie. Daardoor ontstaat twijfel en twijfel kan leiden tot uitstel of tot ‘we behandelen beide verhalen exact gelijk’.”

“Daarnaast zie ik het bij ouders zelf: mensen die lange tijd onder druk stonden, reageren sneller vanuit een overlevingsmechanisme. Dat is geen karaktertrek, het is vaak een stresslogica die je kan herkennen als je daarop getraind bent.”

“Als professionals die reacties lezen als intentie of moreel falen, missen ze de context en wordt het dossier nog complexer. Handelingsverlegenheid is dus niet alleen onwetendheid, het is ook angst om verkeerd te positioneren. Juist daarom heb je heldere begrippen, duidelijke rolgrenzen en gedeelde kaders nodig.”

 

Wat hebben we te doen met elkaar in het aanbod van scheidingshulpverlening?

“We hebben te doen met elkaar dat we stoppen met absolutismen, want die maken dossiers armer en onveiliger. Niet: Parallel Solo Ouderschap is altijd goed en ook niet: Parallel Solo Ouderschap kan nooit bij onveiligheid.”

“De juiste vraag is volgens mij: welke kaders zijn er nodig om de PSO-aanpak zuiver en veilig te laten functioneren? Dat vraagt een gedeeld kader, zodat verwijzers, hulpverleners en juridische professionals dezelfde landkaart gebruiken.”

“Parallel Solo Ouderschap is sterk wanneer het precies doet wat het belooft: één ouder helpen het kind centraal te houden en escalatie te dempen en zo zelf steviger te staan in het eigen ouderschap. Zonder te doen alsof het conflict wordt opgelost of alsof de andere ouder zal veranderen.”

“En zonder Parallel Solo Ouderschap te belasten met waarheidsvinding of veiligheidsinstallatie, want dan beschadig je het mandaat. Als we dat met elkaar bewaken, wordt Parallel Solo Ouderschap geen kamp, maar een methodische route naar kindrust en ouderregie.”

 

Meer lezen over terminologie rondom scheidingen? Lees het artikel ‘Helderheid in terminologie rond parallel ouderschap, Parallel Solo Ouderschap en co-ouderschap‘.

 

Eva Verween werkt vanuit haar eigen praktijk en is trainer bij IPSO+

Interview door Roos Guldenaar

 

Deel dit bericht:

IPSO+

Over IPSO+

Wij staan voor een milde blik naar kinderen en ouders die vastzitten in complex ouderschap na een scheiding. Meer begrip en compassie gaan deze gezinnen helpen om de storm beter te doorstaan. Deze verandering in mindset creëren wij met ons unieke aanbod.

Onze trainingen

Lees ook onze andere artikelen

Hulpverlener aan het woord: Eva Verween

Therapeut Eva Verween biedt in België al jaren begeleiding en therapie bij intrafamiliaal geweld, complex ouderschap na scheiding en ouderonthechting. Zij maakte kennis met de Parallel Solo Ouderschap aanpak (PSO-aanpak) van binnenuit door zélf een traject te volgen. In de afgelopen jaren begeleidde zij zelf...

Helderheid in terminologie rond parallel ouderschap, Parallel Solo Ouderschap en co-ouderschap

Parallel ouderschap, Parallel Solo Ouderschap, co-ouderschap, coöperatief ouderschap: de benamingen worden vaak door elkaar gehaald en naast elkaar gezet. Spreken we wel over hetzelfde? Een reflectie door Vanessa Maes van IPSO+....

Ouder aan het woord: Petra

In deze rubriek gaan we in gesprek met ouders die begeleiding ontvangen vanuit Parallel Solo Ouderschap (PSO). Wat betekent het om als ouder de verantwoordelijkheid te dragen voor een veilige, voorspelbare en liefdevolle opvoedsituatie, los van samenwerking met de andere ouder? Welke stappen zetten zij...

Op zoek naar een professional die werkt met de systematiek van IPSO+?

Ontvang 6 gratis oefeningen uit de Bundel met oefeningen van IPSO+

Maak alvast kennis met de oefeningen uit de complete Bundel met oefeningen van IPSO+.

In deze gratis selectie vind je 6 oefeningen, verdeeld over verschillende pijlers, die je direct kunt inzetten in jouw begeleiding. Zo krijg je een goed beeld van hoe de volledige bundel van 29 oefeningen kan bijdragen aan sterkere professionals én sterker ouderschap.