Parallel ouderschap, Parallel Solo Ouderschap, co-ouderschap, coöperatief ouderschap: de benamingen worden vaak door elkaar gehaald en naast elkaar gezet. Spreken we wel over hetzelfde? Een reflectie door Vanessa Maes van IPSO+.
In gesprekken en onderzoeken over ouderschap na scheiding worden termen als ‘co-ouderschap’, ‘Parallel Ouderschap’ en ‘Parallel Solo Ouderschap’ vaak door elkaar gebruikt. Ze klinken vertrouwd, maar betekenen lang niet altijd hetzelfde voor iedereen. Voor ouders kan dit verwarrend zijn. Voor hulpverleners, verwijzers en juridische instanties kan het leiden tot verkeerde verwachtingen en zelfs tot escalatie van conflicten.
Taal is nooit neutraal. De woorden die we gebruiken, dragen een visie in zich en sturen hoe ouders, professionals en systemen naar ouderschap na scheiding kijken. In dit artikel wordt gereflecteerd over het gebruik van deze termen, over het belang van conceptuele helderheid en over hoe het model van Parallel Solo Ouderschap binnen IPSO+ hierin een betekenisvol en kindgericht kader biedt.
Termen als co-ouderschap, Parallel Ouderschap en Parallel Solo Ouderschap worden vandaag de dag vaak door elkaar gebruikt, zonder dat de exacte betekenis ervan gedeeld is. Zo worden er onderzoeken aangehaald over de beoordeling van Parallel Solo Ouderschap, terwijl er gesproken wordt over parallel ouderschap. Dit creëert verwarring bij ouders, maar ook bij hulpverleners, verwijzers en juridische instanties.
Het gebruik van bepaalde woorden is niet zonder gevaar. Taal heeft niet enkel een beschrijvende rol, maar weerspiegelt ook een visie. Oudere termen zoals voogdij en bezoekrecht of het verkeerde gebruik van termen, kunnen buskruit zijn voor conflicten tussen ouders, omdat ze verwijzen naar oude wetgeving en voor ouders niet duidelijk is wat met deze termen precies wordt bedoeld, waardoor bepaalde verwachtingen worden gewekt. Hierdoor kunnen de basisregels voor gelijkwaardig ouderschap en het ‘gelijkmatig’ verdelen van gezag worden verdoezeld (Cottyn, L. 2021).
Wanneer een ouder na een scheiding aangeeft co-ouderschap te willen, kan dit verschillende betekenissen hebben. De ouder kan bedoelen dat het kind even vaak in beide huizen verblijft. Het kan ook betekenen dat de ouder het gezag gelijk verdeeld wil houden, zodat beide ouders dezelfde verantwoordelijkheid, plicht en invloed behouden bij belangrijke beslissingen over het kind. Soms verwijst de term naar de wens om samen ouder te blijven via een overlegmodel.
Door de groeiende bekendheid van Parallel Solo Ouderschap zien we vandaag de dag een gelijkaardige verwarring ontstaan rond de termen ‘parallel ouderschap’ en ‘Parallel Solo Ouderschap’.
Om de ruis weg te nemen en helderheid te bieden zetten we de termen in dit artikel scherp uiteen.
Na een scheiding of relatiebreuk moet voor minderjarige kinderen een gezagsregeling en een verblijfs- of zorgregeling worden vastgelegd.
Wanneer een kind geboren wordt, heeft het niet enkel twee biologische ouders, maar meestal ook twee wettelijke ouders die het kind erkennen en het ouderlijk gezag uitoefenen. Dit ouderlijk gezag houdt in dat beide ouders rechten en plichten hebben ten aanzien van de verzorging en opvoeding van hun kind én ten aanzien van elkaar.
Het ouderlijk gezag staat los van het samenwonen van de ouders. Ook wanneer ouders uit elkaar gaan, blijven zij na de scheiding allebei houder van het ouderlijk gezag over hun kind, tenzij anders afgesproken of bepaald door een Rechter. Dit is een belangrijk uitgangspunt van de wetgever. Het gaat om gezamenlijke zeggenschap, maar ook om gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het welzijn en de ontwikkeling van het kind.
Concreet betekent dit dat elke ouder die houder is van het gezag, de verantwoordelijkheid heeft om de andere ouder te informeren en te consulteren. Bepaalde belangrijke beslissingen kunnen enkel genomen worden met het akkoord van beide gezaghebbende ouders, zoals beslissingen over medische aangelegenheden, school, verblijf in het buitenland en de verblijfsplaats van het kind. In deze context spreken we van ‘gezamenlijk ouderlijk gezag’. Ook de termen ‘gedeeld gezag’, ‘gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag’ en ‘gelijkwaardig ouderschap’ worden gebruikt.
Wanneer het gezag na een scheiding aan één ouder wordt toegekend, spreekt men van ‘exclusief’ of ‘eenhoofdig gezag’. De andere ouder is geen houder meer van het ouderlijk gezag, maar blijft (meestal) wel de wettelijke ouder van het kind. Deze ouder behoudt dus wel een aantal rechten en plichten ten aanzien van het kind, zoals recht op omgang met het kind en recht op informatie over het kind.
Naast het gezag wordt ook een verblijfs- of zorgregeling vastgelegd. Dit bepaalt bij welke ouder het kind gedomicilieerd is en waar het feitelijk verblijft en voor hoelang. Wettelijk kan een kind slechts één administratieve hoofdverblijfplaats hebben, maar het kan feitelijk wel in twee huizen wonen en in twee gezinnen thuishoren.
Gezag en verblijf staan los van elkaar. Zo kunnen beide ouders gezag hebben terwijl het kind (hoofdzakelijk) bij één ouder verblijft of kan het kind nagenoeg evenveel in beide huizen verblijven. Ook kan een ouder zonder gezag wel recht hebben op omgang met het kind.
In de volksmond spreekt men vaak van co-ouderschap wanneer kinderen ongeveer evenveel in beide huizen verblijven. Juridisch is deze term echter niet correct. Co-ouderschap verwijst naar het blijven delen van verantwoordelijkheid als ouders voor de kinderen. Men spreekt beter van een ‘gelijkmatig verdeeld verblijf’ of ‘zorgverdeling’ als het gaat over wanneer de kinderen bij welke ouder zijn, omdat deze regeling niets zegt over hoe het gezag verdeeld is.
Gelijkwaardig ouderschap of gezamenlijk ouderlijk gezag betekent dus niet automatisch een gelijke verdeling van verblijf of zorgtaken, noch een recht op een bepaalde verblijfsregeling.

Na een scheiding verblijven kinderen vaak in twee huizen, al dan niet even vaak. In de meeste gevallen behouden beide ouders het ouderlijk gezag, wat betekent dat voor belangrijke beslissingen het akkoord van beide ouders vereist is.
Los van de gezagsregeling moeten ouders na een scheiding een transitie maken en elk een eigen gezin opbouwen, een één oudergezin of een samengesteld gezin. In dit gezin dragen ouders in hun eigen huis solo de dagelijkse verantwoordelijkheid voor het kind. ‘Solo ouderschap’ benadrukt dat ouders ouder blijven, maar niet langer als duo functioneren in de dagelijkse zorg. Elke ouder staat aan het roer van het eigen gezin en draagt de individuele verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in dat huis, parallel aan het andere gezin waarin het kind eveneens leeft.
De mate waarin ouders na een scheiding samenwerken en overleggen over hun kind, wordt door L. Cottyn (2021) omschreven met de termen ‘coöperatief’, ‘parallel’ of ‘conflictueus ouderschap’. Bij IPSO+ spreken we in plaats van conflictueus ouderschap over complex ouderschap na scheiding, omdat er meerdere oorzaken ten grondslag kunnen liggen aan deze complexiteit: naast ‘ouders in conflict’, kan er bijvoorbeeld ook sprake zijn van eenzijdig geweld, kwetsbaarheid of psychische problematiek bij één (of beide) van de ouders.
Bij coöperatief ouderschap werken ouders samen en overleggen zij veel, zonder dat dit leidt tot conflict of spanning. Hoewel deze vorm voorkomt bij minder dan een kwart van de gescheiden ouders, blijft dit overlegmodel vaak de maatschappelijke norm. Het dominante idee is dat ouders op één lijn moeten staan om hun ouderrol goed te kunnen uitoefenen.
Parallel ouderschap komt voor in ongeveer de helft van de gescheiden gezinnen. Ouders overleggen minder over de dagelijkse gang van zaken, werken naast elkaar en hebben elk hun eigen opvoedingsstijl. Ze verdragen de verschillen tussen de twee gezinnen en helpen hun kinderen hiermee omgaan. Overleg vindt plaats wanneer dit noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij beslissingen die onder het gezamenlijk ouderlijk gezag vallen. Er zijn weinig tot geen conflicten.
In ongeveer een kwart van de gezinnen is sprake van complex ouderschap na scheiding. Dit kan zich uiten in veel overleg dat telkens tot conflict leidt of juist in het krampachtig vermijden van overleg, waardoor twee volledig gescheiden leefwerelden ontstaan. Soms dringt één ouder aan op veel overleg terwijl de andere dit vermijdt. Achter deze patronen kunnen rouw, controle, stil verzet of bescherming schuilgaan, bijvoorbeeld in situaties van geweld. Deze ouders raken vaak verstrikt in destructieve interactiepatronen, waarbij kinderen duidelijk last ervaren.
Lotte heeft op dinsdagavond extra voetbaltraining.
Coöperatief ouderschap
Op maandagavond stuurt de moeder van Lotte vader een bericht: “Morgen heeft Lotte training heeft. Ik breng haar na school, kan jij haar ophalen?” Op dinsdag staat vader klaar bij de sporthal. Ze wisselen kort wat info uit over Lotte, over school en over de hobby’s. Lotte voelt dat haar ouders elkaar vertrouwen en samenwerken.
Parallel ouderschap
In de online kalender die werd opgesteld staat goed genoteerd wanneer deze data vallen en dat moeder haar dan brengt naar de training en vader haar daar ophaalt. Beide ouders weten wat van hen verwacht wordt. Ze hoeven hier niet extra over te communiceren. Moeder zet Lotte af en vertrekt meteen. Vader haalt haar op en praat met Lotte over de training. Er is geen ruzie tussen de ouders van Lotte. Lotte weet dat mama de dingen anders aanpakt dan papa, dat is ok. Lotte kan wel haar hobby doen en de ouders doen elk in hun eigen huis wat van hen als ouder verwacht wordt. Ze laten de andere ouder ook handelen op diens eigen manier. Wanneer er iets verandert dat ook betrekking heeft op de planning van Lotte, neemt elke ouder individueel de verantwoordelijkheid om dat in de online kalender aan te passen of de andere ouder hiervan op de hoogte te brengen.
Complex ouderschap na scheiding
Lotte heeft op dinsdagavond een extra voetbaltraining, maar moeder laat dit niet weten aan vader. Omdat hij niet op de hoogte is, is hij dinsdag – wanneer hij Lotte moet ophalen – niet aanwezig. Lotte voelt spanning. Moeder belt boos naar vader, omdat hij niet kwam opdagen. Er ontstaat een ruzie waar Lotte bij is. Ze vindt het vervelend als haar ouders ruziemaken. Telkens als ze een hobby wil doen, loopt het mis met de praktische afspraken en ontstaat er spanning.
In situaties na scheiding verloopt communicatie tussen ouders vaak moeizaam. Een positieve relatie is niet altijd haalbaar of veilig. Ouders in complex ouderschap na scheiding hoeven niet te streven naar coöperatief ouderschap. De overstap naar parallel ouderschap, binnen een juridisch kader van gezamenlijk of eenhoofdig gezag, blijkt vaak haalbaar en wenselijk.
Het is niet de factor veel overleg, maar de factor weinig conflict die het meest blijkt bij te dragen tot het welzijn van de kinderen (Cottyn, L. 2021).
Vanuit parallel ouderschap worden ouders aangemoedigd om op de kinderen te focussen. Kinderen en ouders worden aangespoord om met elkaar te spreken, veel meer dan de ouders met elkaar. Kinderen worden geactiveerd om te spreken over de last die ze ervaren én over wat ze in een gezin voelen met de ouder die in dat gezin aan het roer staat. Kinderen worden ook gemotiveerd hun ouders allebei te vertellen wat ze nodig hebben en aangeleerd om het verschil dat er is tussen de twee gezinnen te verdragen. Beide gezinnen kunnen op die manier de grenzen van hun nieuwe gezin afbakenen en verstevigen. Ouders krijgen de kans te groeien in hun nieuwe rol als solo ouder, parallel aan een andere ouder.
Parallel Solo Ouderschap, zoals ontwikkeld binnen IPSO+, is een vorm van individuele ouderbegeleiding voor situaties waarin sprake is van complex ouderschap na scheiding. De professional werkt met één ouder, binnen een juridisch kader van gezamenlijk of eenhoofdig gezag.
De begeleiding versterkt de ouder in het vormgeven van het eigen ouderschap binnen de wettelijke regels van gezag, met blijvende focus op het kind dat in twee contexten leeft. De ouder leert verschillen verdragen, grenzen respecteren en reflecteren over gezagsbeslissingen. Indien er sprake is van onveiligheid, wordt samen met de ouder gezocht naar handelingsmogelijkheden binnen het wettelijk kader om die veiligheid te installeren. Andere actoren moeten dan ingeschakeld worden om veiligheid van de kinderen te garanderen.
De professional kan voor de begeleiding van een ouder terugvallen op methodische handvatten, gebaseerd op systemisch denken en wetenschappelijk onderzoek (Pasteels, I., & Mariën, S. (2022).
Een hardnekkig misverstand is dus dat Parallel Solo Ouderschap hetzelfde is als parallel ouderschap. Parallel Solo Ouderschap is een begeleidingsvorm die geboden wordt bij complex ouderschap na scheiding. Dit betekent ook dat Parallel Solo Ouderschap géén ouderschapsvorm is en het kan ook niet als alternatief genoemd worden van co-ouderschap. Wél zou je kunnen stellen dat wanneer coöperatief ouderschap of parallel ouderschap niet haalbaar is tussen ouders, Parallel Solo Ouderschap één of beide ouders kan steunen, sturen en stimuleren in het vormgeven van het eigen ouderschap naast de andere ouder met de focus op de behoeftes van de kinderen.
Dit artikel onderstreept het belang van conceptuele helderheid in het spreken over ouderschap na scheiding. Onzorgvuldig gebruik van termen kan leiden tot misverstanden, verkeerde verwachtingen en escalatie van conflicten.
Door een duidelijk onderscheid te maken tussen gezag, verblijfsregelingen en samenwerkingsvormen tussen ouders, ontstaat meer helderheid voor ouders, professionals en juridische instanties. Coöperatief ouderschap is geen universeel haalbaar model en als ouder je eigen ouderschap vormgeven en versterken in erg complexe contexten vanuit de principes van Parallel Solo Ouderschap kan voor veel gezinnen een werkbaar en kindgericht alternatief vormen wanneer er sprake is van complex ouderschap na scheiding.
De werkwijze van Parallel Solo Ouderschap, zoals ontwikkeld binnen IPSO+, sluit hierbij aan door ouders individueel te versterken binnen het bestaande juridische kader. Deze benadering verlegt de focus van inter-ouderlijke samenwerking naar een realistisch en kindgericht alternatief, waarbij conflicten worden beperkt en verschillen tussen gezinnen mogen bestaan.
De aanpak sluit aan bij empirische bevindingen dat vooral de afwezigheid van conflict én de aanwezigheid van veiligheid en betrouwbare hechtingsfiguren bepalend is voor het psychosociaal functioneren van kinderen na scheiding.
Het model van Parallel Solo Ouderschap binnen IPSO+ biedt hulpverleners concrete handvatten om ouders te versterken binnen het juridisch kader, met blijvende aandacht voor het welzijn van het kind. Via gerichte training binnen IPSO+ worden hulpverleners geschoold in de uitoefening van Parallel Solo Ouderschap, dat concrete methodische handvatten biedt om ouders te begeleiden binnen de geldende juridische kaders en met aandacht voor het psychosociaal welzijn van het kind.
Geraadpleegde bronnen:
Door Vanessa Maes, eindredactie Roos Guldenaar

Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of je toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.

Maak alvast kennis met de oefeningen uit de complete Bundel met oefeningen van IPSO+.
In deze gratis selectie vind je 6 oefeningen, verdeeld over verschillende pijlers, die je direct kunt inzetten in jouw begeleiding. Zo krijg je een goed beeld van hoe de volledige bundel van 29 oefeningen kan bijdragen aan sterkere professionals én sterker ouderschap.